De vijf vragen aan Wout Middelhoven

Klik hier voor de 5 vragen aan Klaartje Mulder

 

Geboortedatum: 1 december 1935 te Veenendaal, waar ik christelijk lager en middelbaar onderwijs ontving en opgroeide in een hervormd gezin. Wij kerkten in de bijzondere confessionele wijkgemeente Sola Fide, waar ik belijdenis deed.

Beroep:
Na mijn studie scheikunde en microbiologie in Utrecht, en twee jaar militaire dienst, trad ik in 1961 in dienst van de Landbouwhogeschool bij de vakgroep Microbiologie, waar ik na mijn pensionering bleef doorwerken tot vorig jaar. Ik gaf onderwijs en deed onderzoek, voornamelijk aan gisten. Ook was ik vijfentwintig jaar biologische-veiligheidsfunctionaris (BVF) voor de hele universiteit. In die hoedanigheid hield ik toezicht op het onderzoek aan genetische modificatie.

Hobby’s:
Ik lees veel, kranten en tijdschriften (Trouw, NRC Handelsblad, Vrij Nederland en Volzin, de voortzetting van het aloude Hervormd Nederland), romans en over geschiedenis. Verder besteed ik veel tijd aan mijn tuin en volkstuin, fotografeer ik veel en graag, houd ik van koken en ga ik naar de sportschool om mijn spieren in conditie te houden. Met mijn vriend Kees reis ik graag door Europa om mooie steden en landschappen te bekijken. Ook dan wordt er door ons beiden druk gefotografeerd.

Vraag 1: Kun je zeggen wat je leuk vindt aan je werk?
Ook door de microscoop is wat van Gods grootse schepping te zien! Ik vind het bijzonder boeiend hoe zulke kleine wezentjes een grote rol spelen in de natuurlijke kringloop, en in staat zijn veel ingewikkelde chemische verbindingen af te breken en er zelfs van te leven. Als BVF ontmoette ik veel stafleden van andere vakgroepen, onder wie enkele gemeenteleden op hoge posten, en ondervond wat een fantastische universiteit wij hebben.

Vraag 2: Wat is jouw visie op de plaats van de jeugd in de gemeente?
Die is heel zorgelijk. Er wordt weinig aan geloofsoverdracht gedaan. De kinderen hebben het te druk voor catechisaties. De traditie van eerst belijdenis doen en dan pas aan het avondmaal deelnemen is verloren gegaan, mede doordat kleine kinderen aan het avondmaal worden toegelaten. Ik vond dit geen goede ontwikkeling.

Vraag 3: Wat is het meest bijzondere dat je hebt meegemaakt in de gemeente?
Dat is zonder twijfel het tot stand komen van de PKN. Zeker in de Lukasgemeente is die fusie goed gelukt. Ik weet nauwelijks meer wie er vroeger gereformeerd was of hervormd.

Vraag 4: Wat zou je willen veranderen in de kerk?
Van de avondmaalsviering, op de roomse manier, gaat voor mij weinig wijding uit. Waarom niet staande in een grote kring? De deelnemers hoeven echt niet lang te staan, en voor wie dat niet kunnen zijn er stoelen. In het formulier staat de uitnodiging: Kom in de kring. Dan pas hoeft men te gaan staan. Na ronddelen van brood en wijn kan men weer gaan zitten voor slotzang en dankgebed. Het aan elkaar ronddelen is kenmerkend voor de reformatorische traditie en symboliseert het algemene priesterschap van de gelovigen. De bediening van de doop gaat ook vaak mis. Sommige predikanten volstaan met aanraken van het hoofdje met een vochtige vinger. Dat is niet voldoende. Wil de doop erkend worden door andere kerken dan moet het water echt gevloeid hebben. Verder stoor ik mij aan het slordige tenue van vele ouderlingen en diakenen, de dames uitgezonderd. In Veenendaal zeiden wij vroeger: Als je naar de Koningin gaat trek je ook je beste goed aan.
Op de keuze van de liederen die in de kerkdienst worden gezongen is ook wat aan te merken. Gelukkig beginnen wij meestal met een psalm, maar als het Johanneskoor optreedt is het meestal alleen Huub Oosterhuis. Die heeft prachtige liederen geschreven, maar ook veel van mindere kwaliteit en op slecht zingbare wijzen. Dat geldt ook voor de Ilonabundel. De nieuwe bundel Tussentijds komt gelukkig wel aan bod. Mijn vraag is: Waarom wordt die niet gewoon ingevoerd? In Schagen, waar ik regelmatig naar de kerk ga, wordt die al vele jaren gebruikt, naast het onvolprezen Liedboek. Ik zou het Johanneskoor willen verzoeken, willen ze bij ons blijven zingen, gezangen uit het Liedboek en Tussentijds op hun repertoire te zetten.
Wat ik erg goed vind is het programma van Vorming en Toerusting. Elk jaar zijn er veel leerzame cursussen waar ik graag aan deelneem. Een verandering zou inhouden dat er meer gemeenteleden meedoen. Soms zijn er maar twaalf. Jammer, want inleiders van buiten zijn duur en er zit veel tijd van voorbereiding in.

Vraag 5: Met wie zou je een dag willen ruilen?
Met niemand. Ik ben God dankbaar voor wat ik ben.

Aan wie zou je de volgende vijf vragen willen stellen?
Aan Arie van Dijk. Hij is mijn wijkhoofd, stelt met zijn vrouw Magda hun huis open voor groothuisbezoek en komt trouw in de kerk.

Klik hier voor de 5 vragen aan Arie van Dijk