Interview Dik Sipma i.v.m. zijn 25-jarig jubileum

Dik, van harte gefeliciteerd met dit jubileum. Waarom ben je eigenlijk ooit orgel gaan spelen?

Bij mij thuis was het gebruikelijk dat we orgelles kregen, dus van mijn achtste tot mijn twaalfde kreeg ik, net als mijn broer en zus, orgelles. Ik vond het niet echt leuk en probeerde ook wel eens onder de les uit te komen. De middelbare school was een uitstekende smoes, ik had nu huiswerk en kwam dus niet meer aan het orgelspelen toe en daarom mocht ik ophouden met de lessen. De lerares vond toch al dat ik niet zoveel talent had. Mijn vader nam me mee naar orgelconcerten, b.v. naar Feike Asma

Een paar jaar later kreeg ik zelf steeds meer belangstelling voor de orgelmuziek, ik was vaak in de Bevrijdingskerk en zat boven bij de organist i.v.m. het opnemen van de kerkdiensten op band. Je hoorde de gemeentezang naar boven stijgen en ik merkte dat de manier van orgelspelen daar invloed op had. Zeker als Koen Zomer speelde vond ik het erg leuk om te kijken en vooral te vragen hoe hij het toch voor elkaar kreeg om zo mooi te spelen. Ik wilde eigenlijk ook zo kunnen spelen. Ik ging toen zelf muziek kopen en zat thuis veel te studeren en begon het steeds leuker te vinden. En zo is het allemaal gekomen.

In de vakanties logeerde ik bij familie in Visvliet (Gr.) en ook daar mocht ik op het eenvoudige dorpsorgel spelen. Ik werd zelfs door de dorpsorganiste gevraagd of ik haar wilde vervangen. Dat was het begin van het spelen in kerkdiensten.

Wat voor (orgel)opleiding heb je gedaan?

Omdat ik het spelen steeds leuker begon te vinden heb ik besloten om weer les te nemen en wel bij de heer Hollander, die altijd in de Grote Kerk in Wageningen speelde. Ik kreeg dus ook les op het 3 klaviers orgel in de Grote Kerk. Hij leerde me veel over techniek en articulatie. Soms mocht ik hem vervangen op het orgel in de Grote Kerk en dat was een enorme stimulans. Na zijn pensioen nam ik les bij Simon Marbus, van hem leerde ik veel over kerkmuziek en het begeleiden van koorzang. Ik heb tot 1996 les gehad, maar eigenlijk ben je als organist nooit uitgeleerd, dus ook nu moet ik nog regelmatig studeren, al vind ik het zelf wat te weinig, omdat ik er niet aan toe kom.

Van welke muziek hou je zelf het meest en wat speel je het liefst?

De muziek van Bach vind ik erg mooi en franse orgelmuziek b.v. van Caesar Franck, ook engelse koor- en orgelmuziek.

Aan welke gebeurtenis in de afgelopen 25 jaar heb je goede herinneringen?

Er zijn in die jaren natuurlijk heel veel leuke dingen gebeurd. In mijn begintijd ging ik b.v. eens bij een trouwdienst op een vrijdagmiddag tijdens de preek even bij mijn moeder langs om thee te drinken ( wij woonden vlak bij de kerk), ik schatte in dat ik daar wel tijd voor had. De preek had blijkbaar korter geduurd dan ik had verwacht, dus toen ik terugkwam hoorde ik toen in nog beneden aan de trap stond de dominee zeggen: ‘En dan zingen we nu …’. Daarna heb ik het risico om tussen door even weg te gaan maar niet meer genomen.

Ook heb ik goede herinneringen aan een dienst in juli 1986 in de Grote Kerk. We waren toen bezig met experimentele kerkdiensten en er zou een koor uit Wieringen (NH) komen die zelf liederen maakten en ook toneelstukjes voordroegen tijdens de dienst. Ze hadden een organist nodig en Bé Hollander had hier niet zoveel interesse voor en liet mij deze dienst spelen. De hele zaterdag vóór de dienst hebben we met het koor geoefend, dat was op zich al een hele leuke belevenis. De dienst zelf was heel bijzonder, heel erg mooi en er waren erg veel mensen. Het leukste was dat direct na de repetitie de professionele dirigent aan mij vroeg aan welk conservatorium ik had gestudeerd! Hij dacht dat ik beroepsmusicus was. Dat vond ik natuurlijk een geweldig compliment.

Hoe lang ben je van plan organist in Wageningen te blijven?

Als je eenmaal organist bent, dan blijf je dat je hele leven. Maar de gemeente moet mij wel blijven ‘pruimen’, het hele spelen en zingen in de kerk is echt een wisselwerking tussen gemeente en organist.

Hoe zie je de toekomst van het orgel spelen in de kerk (in Wageningen)?

Omdat de kerken steeds leger worden, zullen organisten ook anders moeten gaan spelen. Voor een lege kerk kun je niet heel hard spelen, want dan horen de gemeenteleden zichzelf niet meer zingen. Het is ook moeilijker om mensen te ondersteunen met zingen als de kerk leeg is. Hierin zit voorlopig genoeg uitdaging, het gaat mij er uiteindelijk om dat de mensen goed kunnen zingen in de kerk en dat te begeleiden vind ik heel belangrijk en ook heel fijn om te doen. Verder zal het PGW-proces wel uitwijzen hoe lang er nog kerkdiensten in Wageningen zijn waar ik als organist nodig ben. Het gaat er mij om de lofzang gaande te houden op de zo goed mogelijke wijze. Dat geld voor gemeente èn kerkmusicus.

Hoewel ik in eerste instantie dacht dat het voor mij niet zo nodig was om in het voetlicht te staan, heb ik de aandacht van de kerkenraad, de toespraak van de voorzitter Henk de Jong en de persoonlijke felicitaties van de gemeente bij mijn jubileum als heel plezierig ervaren. Het was een fijne kerkdienst op 16 december 2001 in de Bevrijdingskerk.