Toch nog het licht gezien (vervolg)

U vergist zich als u denkt, al weer geflitst en op de bon? Als u zich nog de afsluiting van mijn laatste stukje herinnert, dan schiet u vast nog de naam van de boeddhistische collega van me te binnen: Sogyal Rinpoche. Ik heb u verteld van zijn begenadigd optreden. Wat ik u heb laten zien, was de buitenkant van zijn verhaal. Er was uiteraard ook een binnenkant, zijn boodschap. En het blijft me steken, dat ik u als geestelijke mijn ervaring en commentaar schuldig ben gebleven wat betreft de boodschap. Beschrijven wat een mens heeft meegemaakt is één ding, weergeven wat het meegemaakte in je heeft losgemaakt een ander.
Voordat ik drie punten noem van de boodschap die ik die dag toen heb gehoord, laat me dit zeggen, dat ik dat heb gehoord als christen en theoloog. Het was en is moeilijk om onbevangen te luisteren naar iemand die uit een andere traditie komt. Goed luisteren kan alleen als je je ervan bewust bent, wie jij zelf bent. En je bent je zelf niet zonder de traditie die jou heeft gevormd. Ik kan en wil daar niet van af zien. Wie dat wel doet trapt verschillen plat ook al doet hij nog zo tolerant in de trant van: wij geloven toch allemaal in hetzelfde. Alle katten zijn nu eenmaal niet grijs, toch?

De shortcut-boodschap van de Tibetaan
(1) Alles hangt af van het bewust-zijn. Al je waarnemingen en oordelen worden daar gevormd. Als je je van jezelf bewust wilt zijn, ‘conquer your mind’, overwin je verstand. Het gaat om een puur gewaar-zijn van wat is. Dat overstijgt je verstand. Daarom is meditatie van groot belang. Deze is niet perse gekoppeld aan ingewikkelde technieken. Ruimte voor een waarneming is voldoende of blijven stilstaan bij een woord of een zin, waar goedheid van uit gaat en kracht. Dat zuivert van dat vele in en om ons heen, wat ons ‘gewaar-zijn’ vertroebeld.
(2) Daarom: zie van binnen en laat je niet bepalen van buiten. Of dieper gezegd: zoek het niet buiten jezelf, maar binnen, in jezelf. Pas je niet aan aan al die honderd verschillende verwachtingen die dagelijks op je worden afgevuurd. Projecteer hetgeen je niet in jezelf kunt uithouden op anderen. Leer jezelf aanvaarden ook met je donkere kanten.
En dus (3): ‘don’t stirr the water’. Laat het water met rust. Het water is metafoor voor geest of leven. Als je in water gaat roeren, woel je al die modder op die zich beneden heeft afgezet. Het water wordt troebel, verliest zijn helderheid en doorzichtigheid. Als je van alles en nog wat uithaalt om lijden te vermijden of af te weren, het zal niet baten, in tegendeel, Je raakt het zicht op geluk kwijt. Als je van alles doet om je geluk of wat daar voor moet doorgaan in onze materialistische wereld te forceren, het zal je verhoudingen met anderen vertroebelen en je bent het zicht uiteindelijk ook kwijt op jezelf.
De kern van dit alles is mededogen. Mededogen met jezelf, je naaste en alle schepselen die samen deze wereld zijn. Of christelijk gezegd: de liefde in haar vorm van naastenliefde. Zover de ‘shortcut naar het Tibetaans Boeddhisme’.

Alles toch één?
Er is veel verwantschap. Of een mens zich al mediterend verbindt met Boeddha of Christus, dat maakt in wezen niet uit. Je raakt aan de natuur van de geest, de Bron van mededogen die je ervoor behoedt om in een verkeerd activisme op te branden. Er is al genoeg leed in de wereld, je hoeft er niet nog meer aan toe te voegen. Wijsheid van duizenden van jaren ademt door deze woorden. Het verschil met het softe therapie-boeddhisme van New Age is helder. Ik heb me nog verder in verdiept door het boek te lezen dat Sogyal niet vergeten was om tijdens de happening te laten aanprijzen. Méér dan twee miljoen zijn er inmiddels over de hele wereld verkocht, dat u het maar weet. Het heet: Het Tibetaanse boek van leven en sterven. Weet u waar ik het vandaan heb? U raad het niet. Uit onze Wageningse bblthk. Het boek is makkelijker te lezen dan het uitspreken van hetgene de naam is geworden van de ‘bieb’.
Het is een zeer leerzaam boek dat mij doet nadenken over de geestelijke dimensies van het leven en doet stil staan bij het omgaan met stervenden en de eigen dood. Voorwaar, dat zijn geen geringe dingen.

Verschillen
Maar de verschillen zijn er en die mogen er wezen ook. Ik onthoud me ervan om in oordelende termen van ‘goed’ of ‘slecht’ te vervallen, ook niet in het relativerende ‘beter’ of ‘slechter. Wij geloven in een goddelijke kracht die van buiten onszelf komt, maar wel in en tussen ons werkzaam kan zijn. De Christus is niet een personificatie van mededogen, maar de concrete mens Jezus van Nazareth in wie die goddelijke kracht van wereldbewegend mededogen vlees en bloed is geworden. Niet meditatie, maar navolging is de houding die daar bij past. Dat neemt niet weg, dat meditatie op weg kan helpen en een hulp is voor onderweg. Christus is niet zozeer aanwezig in een individuele mens zoals boeddha dat kan zijn. Christus wordt ervaren in een gemeenschap, waar in zijn overgave wordt geleefd en gecommuniceerd. Als het goed is, is dit een glimp van de nieuwe wereld in de oude. Wij geloven in de komst van die nieuwe wereld, waar recht en vrede elkaar kussen. We noemen dat het Rijk van God. Jezus heeft dit Rijk verkondigd, heeft ernaar uitgezien en daden gesteld die daar bij passen. In die zin zijn de volgelingen van Christus aktiever en politieker dan de volgelingen van Boeddha. Maar laten we ons door de Tibetaanse boeddist waarschuwen. Christelijke activiteit mag niet worden verwisseld met westers activisme. Hoeveel dommekracht is niet al verspild in de waan, dit Rijk zelf te kunnen oprichten of zelf te zijn, als kerk, als maatschappelijk of economisch systeem. Wij verwachten de Komende, wij zijn hem niet zelf. Het lijden dat daarbij hoort, nemen wij in de geest van Christus liever op onszelf dan dat we het anderen toevoegen ook al is dit tot hun zogenaamd bestwil. De maakbaarheid van ons zelf en/of onze samenleving is een utopie, waar wij beiden niet in geloven. In dat opzicht zijn wij veel meer niet-gelovigen als zij die zich op de Verlichting beroepen en zeggen geen gelovigen te zijn. En toch zullen we naar dit goede in ons en in onze wereld blijven verlangen. ‘Kom, o Lévende, kom met spoed.’

Licht van kerst
De Geest van God raakt ons in het hele lijvelijke en kwetsbare van Jezus en van hen waar déze messiaanse mens zich mee identificeert, de slachtoffers van ons egoïsme. Het voortdurende omkeren is onze weg. Daar ontmoeten we ook Boeddhisten, om van elkaar te leren en verder te trekken, een ieder zijn of haar eigen weg, een ieder naar zijn eigen stad…Onbedoeld is dit nu tot een kerstmeditatie geworden en dat na even een mijltje met een vertegenwoordiger van een andere religie opgelopen te zijn. Hoe opener wij een ander ontmoeten des te dieper leren wij over onszelf. Hoe ontvankelijker wij in die ontmoeting zijn des te meer worden wij geleid naar de Bron, de Lévende zelf. Ook dit is een kwestie van geloof, van daadwerkelijk vertrouwen.
4e advent (18-12’05)
Rainer Wahl