Toch nog het licht gezien

Vakantie in eigen land biedt ruimte om ter plekke eens iets anders te doen. Onze Happinez-lezende vriendin heeft via dit ‘mindstyle magazin’ mooie kaartjes kunnen regelen voor een trip naar het lustrumcongres van Zin. Dit laatste is de naam van een ideële onderneming die zich heeft ontwikkeld vanuit een kloostergemeenschap die in 1996 de bakens heeft verzet, de fraters van Tilburg. Wij – vier vrouwen en één man – wurmden ons met 1500 andere zinzoekers het Beatrixtheater te Utrecht binnen. Gelukkig waren er nog meer mannen die er niet voor terugdeinsden om dit zachte-sector-evenement als minderheid te ondergaan. Wij kregen een interessante, onderhoudende mix voorgeschoteld van muziek, lezing, toneel en getuigenis door niemand minder gepresenteerd dan door Jacobine Geel. Het thema van dit lustrumcongres was: werken met passie en compassie. Nou, ik dacht, daar kan ik als geestelijke werker tussen ‘ziel en zakelijkheid’ nog wat van opsteken.

Warming-up
Wij werden opgewarmd met tango-muziek van Piazolla uitgevoerd door Carel Kraaijenhof met zijn sextet, vurig en vol ingehouden passie. U weet wel, die van het huwelijk van Maxima en Alexander. We gleden zo het verhaal van Kees Waaijman binnen, dé Nederlandse geleerde als het gaat om spiritualiteit. In de middag sessie kregen we Pieter Wispelwey, de vermaarde cellist, die enkele delen uit de cello-suites van J.S.B. speelde. Hij omlijstte met zijn geconcentreerd en onopgesmukt spel de spirituele hoofdattractie van de namiddag: Sogyal Rinpoche, een tibetaanse boeddhist en leraar, erkende incarnatie van Lerab Lingpa Tertön Sogyal, leraar van de dertiende Dalai Lama. Een meisje achter mij had het over de Dahlia. Haar ingewijde vriendje legde haar liefdevol het verschil uit tussen een dahlia en een Dalai. Hij wist niet dat hij me op dat moment verloste van mijn correctiedrift. Zo raakte ik een flinke bel negatieve energie zo maar kwijt om me des te beter te kunnen concentreren op deze grote leraar die de roeping volgde voornamelijk in het Westen de essentie van het boeddhisme over te brengen. Al vanaf het begin was ik onder de indruk.

De leraar
De dikke, kleine, misschien 60-jarige Sogyal kwam in soort badslippers het podium op, gehuld in een oranje gewaad. In combinatie met die slippers dacht ik onmiddellijk aan een badjas. Hij stapte uit de slippers en ging blootsvoets op een klein podest waar een tafel stond met een stoel erachter. Hij spreidde een lichtrood doek over zijn schoot om daar zijn manuscript in te leggen. Er kwam een assistent aan met een glas water. De leraar pakte het glas water en leegde het in één teug. Dit bouwde meteen een spanning op in het publiek tussen rustig blijven en lachen. Het werd lachen, want Sogyal pakte een flesje Spa Reine, wees erop met een gebaar, dat zei. Wees niet bezorgd om mij. Ik zorg goed voor mezelf. En hij lachte vergenoegd over zijn breed, glanzend gezicht. Zijn gezicht was één lach tot in de laatste rimpels van zijn dichtgeknepen ogen. De zaal was veroverd voordat hij maar een enkel woord heeft gezegd.
Les 1: de leer laten beginnen met een act. Ik heb ervan genoten, de tranen sprongen uit mijn ogen, niet om wat hij zei, maar om wat hij deed. Zo een lach, schitterend. Hij sprak heel ontspannen een kleine anderhalf uur in goed Engels. Daar zal ik nu niet op ingaan. Er zaten veel herhalingen in en iedere keer vroeg hij zijn gehoor, of het de kernzin die vaker werd herhaald ook had gesnapt. ‘You ‘ve got it?’ en een dik wijsvingertje priemde onschuldig in de lucht.
Les 2: Vraag onder de preek of de goe’gemeente ook heeft gesnapt, wat je als essentiële inzicht meende te moeten doorgeven, verondersteld je bent je bewust van zo’n inzicht, verondersteld je weet haar raak en kernachtig te formuleren in één korte zin. En vergeet vervolgens de herhaling niet (in de retorica redundantie genoemd).
Ook het slot was weer een schitterende act (goed voor les 3). Hij citeerde af en toe uit zijn manuscript. Aan het eind wilde hij zijn verhaal netjes afmaken en greep weer naar zijn manuscript. Hij bladerde en bladerde. Omdat hij veel uit zijn hoofd deed en in zijn stapel papier iedere keer weer naar het goede citaat zocht, had hij er onderhand een warboel van gemaakt. Maar dat kon hem geenszins deren. Deze stadia van angst was hij als volleerde boeddhist en ras-performer al lang voorbij. Hij bladerde nog even doelloos door. Keek, schudde zijn hoofd, keek nog een keer, trok zijn schouders omhoog, keek nu naar het publiek en zei: de boodschap lijkt me helder. Als ze nu niet over is gekomen…. ‘You ‘ve got it’?

Theater
Bij alle goeds wat ik heb gehoord en gezien – ja ook voor het oog was voldoende te beleven: een prachtige solovoorstelling van Julika Marijn geïnspireerd door het dagboek van Etty Hillesum en de fotograaf Sander Veenman die op een aangrijpende manier arme mensen in beeld bracht en deze foto’s naar alle politici in de wereld stuurde om hen bewust te maken van de noodzaak om met alle middelen armoede te bestrijden. Bij alle goeds – het theatrale en geënsceneerde gaf me een heel dubbel gevoel. Er werd niet alleen het goede werk in geuren en kleuren uitgestald, het succes van de compassie en het mededogen, de verantwoordelijkheid voor de ander en een solidaire wereld (Doekle Terpstra – ‘for president’ zoals een vrouw uitriep bij diens getuigenis), maar ook het eigen ‘ego’ dat dit heeft bewerkstelligd, nastreeft met grote inzet en nog groter talent. Jaloezie? Nee, echt niet, maar vragen, vragen, vragen. En de diepste: waar was het concrete, lastige, weerbarstige, fascinerende, uitdagende, vreeswekkende, aandoenlijke gezicht van de ander, waar was het inzicht in de eigen passie, die ijzer kan smelten, maar ook zo verschroeiend kan zijn, zich zelf én anderen verterend? We zijn weer gesticht, in onze goede bedoelingen bevestigd. Het was een eredienst. Ds. Geel liet ons ook gaan in Vrede.
U begrijpt, we zijn nog in een mooi restaurantje gedoken, hebben heerlijk geëvalueerd en even heerlijk gegeten. Maar het licht hebben we op deze dag toch niet echt gezien. Onecht?

Na de Iftar toch nog het licht
Een bijeenkomst van een heel andere soort vond plaats in Nijmegen. Mensen die rond ‘Islam en dialoog’ zijn betrokken werden door de moslim-kant uitgenodigd voor een maaltijd tijdens Ramadan. Het is een onderbrekingsmaaltijd die bij de Ramadan, de islamitische vastenmaand hoort. Vrienden worden uitgenodigd en buren, om van het heerlijke eten en de gezellige gastvrijheid te genieten. Wij deden dit afgelopen zaterdag (15 okt.) in een Turks restaurant in voornoemde stad. Ik was er met Albert Migchels (in de wandelgangen Moslim-Migchels genoemd), velen van u bekend. Wij mochten bij een moslim plaats nemen, zodat het gesprek kon ontstaan bij een slaatje en veel Döner Kebab. Helaas waren er geen Marokkanen. Hoe dan ook, deken en dominee prezen het vrolijke vasten, waardeerden de gastvrijheid die in onze samenleving helaas onder druk staat met een uitvergroting van de islamitische terreur-dreiging. In de gesprekken ging het daar niet over, wel over soefi, dansende derwisjen, werk, eten, verschil tussen protestant en katholiek; gewoon de dingen van geloof en leven.
Met een prima maaltijd in mijn lijf, enkele verzen uit de koran in mijn geest, enkele welbedoelde en vriendelijke woorden in mijn gemoed, trokken wij huiswaarts. Op de weg richting A 73 zagen wij eindelijk het licht als in een flits. Toen ik op de snelheidsmeter keek, zag ik dat de naald rond de zestig stond. We waren nog binnen de bebouwde kom ondanks de brede, vrije vierbaans aansluiting op de snelweg. Zoals bij iedere Verlichting zal ook dit licht niet zonder gevolgen blijven. Wij zijn in staat van verwachting.
Rainer Wahl