Een reisbrief uit Maleisië 1
" Een Sikh is iemand die gelooft in een God en in de onderwijzing van de 10 Goeroes. Deze is neergelegd in de Guru Granth Sahib. Bovendien moet de Sikh worden gedoopt, de Amrit." Dat lazen wij in een boekje dat ons werd meegegeven in een Gurdwara, een Sikhtempel. In Berinchan, een plaatsje in de Cameron Highlands, een klassiek theegebied, was deze tempel een eenvoudige behuizing. Er zijn dan ook niet veel Sikhs in Maleisië vergeleken met de Moslims ( veelal Maleisiërs), de Boeddhisten ( Chinezen) en Hindoes ( Indiërs) We bezochten het erg vriendelijke Sikhechtpaar op maandag 18 oktober. Dit klinkt nogal nadrukkelijk, maar de vakantieverloedering begint op te treden: welke dag is het vandaag eigenlijk? Voor we het heiligdom betraden moesten we de schoenen van de voeten en een hoofddoekje om ons haar. Vervolgens stelden we ons eerbiedig op voor " Het Boek" , de vrouwen, dus Jo, links de mannen, dus Karel, rechts. Zo ondergingen we de uitleg van het een en ander in moeilijk verstaanbaar Engels. Even eerder die dag hadden we eveneens eerbiedig zonder schoenen een aanzienlijk indrukwekkender Boeddhistisch heiligdom bezocht. Tempel en klooster. We verbrandden er een handvol wierookstokjes. Een spiritueel gebaar, maar we bleven er verder koel onder. Wat ons meer trof was de devote houding van sommige gelovigen zoals een jong echtpaar met jongeborene. Deze werd voor het aangezicht van de glanzend vergulde Boeddha enkele malen opgeheven. Kennelijk om zijn zegen zo te ontvangen. Maar misschien is het altijd wel zo, dat een authentieke eerlijke geloofshouding meer effect heeft dan afstandelijke rituelen, beelden, traditionele geloofsvormen. Maar misschien kun je ze ook moeilijk ontkoppelen. Het was overigens wel een heel spiritueel weekend. De Ramadan begon op vrijdag en op zondag hadden we door een Hindoetempel gedwaald zonder er een mens tegen te komen. Wel veel beelden en voorstellingen van de talloze goden in diverse gradaties, functies en betekenissen. Het was een grote veelkleurigheid alsof alles mogelijk was. Zoiets als onze PGW. Al die spiritualiteit was niet ons plan geweest. We hadden wel de aanwezigheid bemerkt van een kerk met de naam All Souls Church, maar juist deze naam deed ons al of niet terecht licht huiveren. We gingen dus uitgebreid dwalen op een bloemenmarkt en bezocht een vlindertuin, onderbroken met uiteraard weer een rijstmaaltijd. Maar toch kwamen ook bij een veelheid van goden terecht. En wie weet welke bijzonder planafwijkingen we nog meer meemaken nu we sinds zaterdag met een huurauto uit Kuala Lumpur vertrokken. Onze voorlopige reisindrukken kunnen we als volgt in punten samenvatten: * erg warm buiten in afwisseling met koele luchtstromen van airco-installaties in behuizingen en auto's. De bij vertrek uit Nederland reeds aanwezige verkoudheid bij Karel wordt zo efficiënt onderhouden. * groene bergen, goede wegen * veel soorten mensen, die erg vriendelijk zijn en hulpvaardig. Dit laatste ontaard in opdringerigheid bij restaurants en winkels en op markten. * jonge moderne vrouwen zonder en met hoofddoekjes. Ouder vrouwen in meer traditionele kledij. * goedkoop: we gebruikten enkele malen de taxi in Kuala Lumpur Euro 2,50 voor een half uur. We lunchten en dineerden voor Euro. 4-5,- beiden. Hotels zijn in de toeristencentra prijziger, maar belopen ongeveer het traject: Euro. 25-150,- Uiteraard is dit afhankelijk van je eigen keus en de lokale marktsituatie op hotelgebied.. Voorlopig stoppen we met de berichtgeving. Een beetje een slordig verhaal is het geworden, maar dat gaat zo met brieven. Aan goede bekenden.
een reisbrief uit Maleisië 2
Wanneer voel je het scherpst dat je een kapitalistische uitbuiter bent? Met en glas bier in de hand kijkend naar de vluchtelingen in Dafur? Of misschien als je met een afgewend gezicht voorbijgaat aan een rijtje gehandicapte bedelaars? Anderen raken misschien in het diepst van hun ziel getroffen door een vergelijkend overzicht van het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking in diverse landen. Wij voelden het nogal scherp toen we ons, laten we zeggen tegen de 300 pond samen, lieten voortstuwen door de benen van een man. We zaten in een riksja bij 32 gr. C. ( 's nachts is het 23 gr.)We hadden soms de neiging om bij een lichte helling even uit te stappen om te helpen duwen. Bovendien hadden we naar advies en lokale gewoonte eerst nog op de prijs afgedongen. We wisten het overigens achteraf gemakkelijk te rationaliseren als je---in deze tijd van het jaar zeker--de grote leegstand ziet van mannen en voertuigen. Bovendien weet je dat er geen schoner en fossiele energie besparende manier van voortbewegen is. Behalve dan je eigen voortbewegingsmiddelen. We hebben ons er daarom nog een keer aan gewaagd. Van links naar rechts schuivend in het drie rijen dikke verkeer in Georgetown. Tijdens de spits. Deze plaats is gelegen op een eiland, Pulau Penang, dat inmiddels met een erg lange brug met het vaste land is verbonden. Het telt 1.3 miljoen inwoners, w.v. 60% chinezen en 10% Indiërs. Onze reisgids noemt het dan ook de meest Chinese stad van Maleisië. Er staan echter ook nog talrijke oude koloniale gebouwen uit de Engelse tijd. Zoals de St. George Church. Een Anglicaanse kerk waar we zondag, 24 oktober binnenwandelden. Om 09.30 uur. Te laat. Dat wil zeggen op tijd om nog net aan de communie deel te nemen. De dienst was om 08.30 uur begonnen. In het vorige reisverslag hebben we verteld van ons veelsoortig tempelbezoek. Daaraan is nog geen eind gekomen. Vooral Chinese, Boeddhistische, heiligdommen krijgen onze aandacht. Zo hebben we intussen de slapende, zittende en staande Boeddha mogen aanschouwen van Birmese, Chinese of Thaise herkomst. Zo komen we steeds meer te weet over deze godsdienst. Maar niet alleen vanwege het veelvuldige tempelbezoek met uitleg van gidsen, maar ook door een " inleiding tot het Boeddhisme, een boekje dat op onze laatste hotelkamer lag naast de " Holy Bible", placed by the Gideons. Uit dit boekje dat we nog niet helemaal hebben gelezen, leerden we dat de moeder van prins Boeddha Shakyamuni voor zijn geboorte een visioen kreeg waarbij een witte olifant bezit nam van haar schoot. Dat was voor haar een klaar en helder teken dat ze zou gaan bevallen van een bijzonder schepsel. En het geschiedde toen dit gebeurde dat deze bevalling geheel pijnloos plaatsvond vanwege de ingrepen van de professionele verloskundigen Brahma en Indira. Een heel bijzonder geboorte dus van deze godsdienststichter. Gebruikelijk bij stichters. Dat heeft Lukas misschien ook gedacht... . Maar toch hebben we ook meer seculiere gebouwen mogen betreden zoals in Kuala Kangsar het witte paleis van de Sultan van Perek. Toen we daar aankwamen krioelde het van de politie want de " king" was op bezoek in zijn eigen paleis. Sultan is een moslimtitel, " king" wijst nog op een Hindoegewoonte in het taalgebruik. De vloeren waren van glimmend marmer of niet minder glimmend parket en daarom kregen we sloffen om onze sandalen bij het betreden van het paleis dat was ingericht als galerie. Er stonden zo'n 3 Rolls Royces en 2 Mercedessen naast twee motorfietsen te pronken. Nog heel bruikbare modellen allemaal en zo te zien zullen ze elke dag wel weer even gepoetst worden. In andere delen van het paleis stonden ontvangen geschenken en eretekenen te pronken die door de sultan en zijn echtgenote in de loop van de tijd zijn ontvangen bij bezoekjes o.a. aan Soeharto van Indonesië. Nog even afgezien van de uitgebreide serviezen waarvan misschien ooit eens is gegeten. Een ander paleis met grote beboste tuin mochten we alleen van verre aanschouwen. De vraag kan opkomen of we in Maleisië alleen maar met religie en cultuur bezig zijn. Beslist niet. We hebben zelfs al een " jungle walk" ondernomen en, toegegeven, halverwege beëindigd en teruggekeerd. Ik heb met opzet deze tocht in het engels laten staan om te verkomen dat het verwisseld wordt met een " boswandeling" op het bosterrein van ONO. Verder hebben we al heel wat wild gezien: een slangetje flitsend over de autoweg, een hagedisachtige in de gordijnen van onze hotelkamer en vogels w.o. de mus. . Maar wie weet is er de volgende keer wel meer over de natuur te verhalen.
Een reisbrief uit Maleisië 3
Het kan verkeren. Vanmorgen vertrokken uit een naar ons gevoelen luxueus hotel in Penang waar we 5 nachten doorbrachten en uitbundige maaltijden genoten, zijn we nu terechtgekomen in een sober onderkomen in een chinees guesthouse. Schoon, dat wel en op een paar meter afstand van het strand in Bat Feringgi. Bovendien, goddank, met airco. Er zijn van die momenten waarop je je afvraagt hoe hebben de Europeanen het kunnen redden in een tijd nog zonder elektriciteit en dus geen airco. De tropen jaren telden terecht dubbel. Maar we denken dat ze zich door koelies koelte lieten toewuiven, want daar komt het woord " koelte" dan ook vandaan. De slavernij verdween door de mechanisatie van het werk en de koelies door de elektriciteit? Maar om op ons huidige verblijf terug te komen. De prijs is minder dan de helft van het voorgaande en dat vergoedt veel. Temeer omdat we wat extra's kregen. Niet zozeer de zware regenbui die op ons gegalvaniseerde dak met geweld neerkletterde, want dat hoort een beetje bij de regentijd van nu. Overdag droog en zonnig en erg heet, in de loop van de middag neemt dan de bewolking toe en dat gaat weer over in miezeren of forse regenval bij een gesloten wolkendek plus vaak gepaard gaand met onweer. Dat was nu ook het geval en wel zodanig, dat na een harde slag het licht uitviel en zo ook de airco. Gelukkig wist de baas, zo noem ik hem maar, dit euvel snel op te lossen. Dat gold niet voor de watertoevoer. Onderweg waren we al door een kleine overstroming gereden vanwege een lek in de waterleiding. De volgende ochtend deed de warmwaterdouche het niet. Oh, ja, we hebben ook nog televisie. Niet dat we daaraan gekluisterd zitten, maar we proberen wel nieuwsuitzendingen te volgen. Dat is moeilijk want het Behassa Malaysia beheersen we niet en evenmin Chinees dat op sommige kanalen ook te horen is. . Over het algemeen is het een nogal saaie vertoning van babbelende en vergaderende mensen. Bovendien worden de berichten voortdurend afgewisseld met reclame boodschappen of ook wel met een stereotiep filmpje over de huidige grote man: Badawi. Hij verschijn t dan in allerlei situaties en standen en kledij. Bovendien komt hij in elke nieuwsuitzending prominent naar voren bij het houden van toespraken, het prevelen van zinnen bij het sluiten bv. van een overeenkomst tussen Volkswagen en het Maleisische Protor. Weer even terug naar ons sobere onderkomen: ter compensatie van deze vrijwillige eenvoud gingen we cappuccino drinken op het grote gazon van een zeer luxueus hotel daarbij gebruik maken van ligstoelen en zo uitkijken over een prachtige groene zee en over een strand waar van alles gebeurde. Maar we waren bezig met de televisie. Want via dat medium waren we in de politiek terecht gekomen. Ze hebben hier nanaloge problemen van integratie. Allerlei culturen en talen en godsdiensten krioelen hier door elkaar. Daarin probeert met een eenheid te brengen, iets als een Maleisische identiteit te ontwikkelen. Door de media, het onderwijs, de taal. Het blijkt echter dat de Chinezen hun eigen scholen vaak hebben en hun eigen taal blijven koesteren. Nog afgezien van de godsdiensten. Een ander probleem is de corruptie. Maleisië is op de wereldranglijst gezakt van de 35 ste naar 37 ste plaats. De klacht klonk: hoe komt het toch dat landen als Noorwegen en Zweden steeds maar op de eerste plaatsen verschijnen en ontwikkelingslanden als Maleisië zo laag? En ook illegale geïmmigreerde werkers kennen ze er. Een groot aantal daarvan zijn Indonesiërs. Ze hebben besloten het allemaal ook a la Verdonk aan te pakken d.w.z. stevig. Rijen Indosiers dan ook voor de bureaus om terug te keren . Inmiddels hebben we het strand ook al weer achter ons gelaten en zijn na 1 overnachting in Taiping weer in de bergen aangekomen. En wel in Bukt Fraser op ong. 1500 m. hoogte war de airco niet nodig is. Het schijnt een dorado voor vogels te zijn. We hebben ze al wel gehoord maar weinige gezien. Op zondagmorgen, 31 oktober, hervormingsdag, werd ik, Karel, gewekt door de schetterende oproep tot gebed vanuit de plaatselijke moskee. Om 05.45 uur!!! Jo lag op haar " goeie" oor en werd dus niet wakker. We zijn onze laatste volle week in Maleisië ingegaan. Misschien tot de laatste keer.
Laatste reisbrief uit Maleisië 4
Kuala Lipis, een stadje aan de rand van een State Park, de "Keno"ng Rimba". En dat ligt weer tegen de "Taman Negara" aan. Een nationaal Park met oorspronkelijke regenwouden. We waren er vanaf dinsdag, 2 november tot en met vrijdag 5 november. In onze reisgids hadden we gelezen over driedaagse boottochten met eet- en kampeerfaciliteiten onderweg in de jungle. Al op voorhand hadden we daarvan afgezien. We vonden dat we voor dergelijke avontuurlijke ondernemingen in middels iets te oud waren geworden. Nou dan maar uitzoeken of er kortere toermogelijkheden aangeboden werden die ons toch van de jungle zouden kunnen doen proeven. De reisgids sprak er niet over en heeft kennelijk een jonger publiek op het oog. Het uitzoeken werd belemmerd door het seizoen: toeristenbureau gesloten en de toeroperators leken aan het "winter"klussen of anderszins (in) actief. Tot de "receptionassistent"van het hotel nog iemand opduikelde die met ons wilde "praten". D.w.z. onderhandelen. We zijn het eens geworden en de volgende morgen trokken we de jungle in met een lange smalle houten boot voorzien van een dakje voor de zonnehitte en een buitenboordmotor voor de voortbeweging. De rivier met lichtbruin water, hier en dar ondiepe plaatsen en met een enkele rots was omgeven door een dichte begroeiing van o.a. bamboe en veel ander geboomte dat we niet hebben kunnen determineren.. Mooie blauw zwarte vogeltjes met lange snavels flitsten over het water (king fishers noemde onze gids ze) en bij tijd en wijle kwetterden groepen apen in de bomen. We zagen een mooie vogel in rood, geel en zwarte kleuren op een tak voor zich uit staren en een leguaan bleef enige tijd onbeweeglijk in het gebladerte zich onzichtbaar denken. Het eindpunt dat ook het punt van terugkeer was bereikten we via een smalle zijarm waar de begroeiing erg dicht op ons afkwam en waar we bij het uitstappen natte voeten kregen. We hebben er rondgekeken bij de ouderlijke en broederlijke bewoning van onze gids. Een boerenbedoeninkje. Het vee zwierf ergens en kwam 's avonds weer naar huis. Veel vruchtbomen. Onze gids hakte een forde ronde vrucht uit een boom, sneed een dikke deklaag weg, en bood het vruchtvlees ons ter consumptie aan. Het was inderdaad koffietijd. Het leek op en smakte ook een beetje nar grapefruit. Terug in het hotel waren we het er over eens dat dit uitstapje beslist de moeite waard was geweest. Echter vooraf had zich een ramp voltrokken. De camcorder weigerde alle diensten. Van deze episode hebben dus maar enkele foto's. Ni is het al weer zaterdag, 6 november en zijn we weer terug in hetzelfde hotel in Kuala Lumpur als bij de start. Overmorgen is het onze laatste Maleisische dag. We zijn begonnen met afscheid nemen. We nemen afscheid van tropische temperaturen, die in afwisseling met airco een bron van verkoudheden is geweest. Eerst voor Karel, die het overigens meebracht uit Nederland, mar vervolgens voor Jo. Dat was een fors exemplaar met alle gevolgen voor het dichtslibben van gehoorgangen. Toen deze aanval van gekuch en gesnotter tenslotte langzaam minderde, nam Karel haar aandeel in de consumptie van Strepsils weer even over. We nemen afscheid van een land met een zichtbare multiculturaliteit en multi-ethniciteit. We hebben gezien hoe geprobeerd wordt deze zo niet te vervangen dan toch wel te laten steunen op een basis van interculturaliteit en bijbehorende vaag begrensde Maleisische identiteit. Dat hierbij ook aan de persoonsverheerlijking van de leider een rol wordt toegedacht is minder aangenaam, mar kan in de toekomst misschien worden overwonnen. Het is ons wel opgevallen , met name in historisch georiënteerde musea, dat de vroege geschiedenis van invloeden uit Thailand, China, Birma, Indie en ook Atjeh ruime aandacht krijgen en vooral de opkomst van de Islam in de 15e en 16e eeuw, maar dat de 130 jaren Portugese pogingen om handel en zending te drijven of de 180 jaren Nederlandse handelsaanwezigheid ternauwernood worden vermeld. De Engelse invloed is echter duidelijk tot op de huidige dag. We nemen afscheid van een land war je in de kleinere steden flanerend langs de talloze winkeltjes en eethuisjes moet oppassen niet te struikelen door de voortdurende niveauverschillen in de smalle trottoirs. En bij het afstappen moet letten op de goten die ten dele bedekt maar ook heel vaak niet, langs de straten lopen . Ondertussen schalt uit alle openingen muziek. Lawaaiig dus en nogal smerig. De mensen die we hebben meegemaakt waren allemaal erg vriendelijk en hulpvaardig. We hebben ook nooit een gevoel van onveiligheid gehad. Niet bij groepjes jongelui, niet bij het automatisch pinnen. Onze huurauto hebben we ingeleverd, onze vlucht gecheckt. Overmorgen vliegen we weer en nemen we afscheid van een monotone warmte in de verwachting van meer afwisseling. New Zealand, we come!
Jo en Karel Krolis
PS Onze camcorder doet het weer.