De vlieger van Jantje

Zo heb ik het altijd gehoord en gelezen. Nu blijkt dit lied van de inmiddels zeer hoog verheven André Hazes nergens de naam te vermelden van het zoontje dat zo heel intens naar zijn overleden moeder verlangt.
Ik schreef dit op de inmiddels beruchte maandag van de massale rouwmanifestatie ter ere van André in de Arena. Een manifestatie die samenviel met demonstratieve stakingen tegen het regeringsbeleid met een verwachte grote verkeerschaos tot gevolg. Die chaos bleef overigens uit. Maar hoe dan ook, het was een dag van hoogtepunten. Van sentiment, onvrede, irritatie en “ik heb op een avond nog nooit zoveel bier getapt” zei een jongen van de catering volgens Trouw.
Een moderne plechtigheid en “dit is wat André zelf gewild zou hebben” zo dacht een barkeeper. Tegen het einde van het jaar zal er ongetwijfeld in de overzichten op worden teruggekomen en wie weet horen we dit lied der liederen dan nog eenmaal door auteur en vertolker zelf.

Nu doe ik alsof iedereen met de inhoud van dit lied op de hoogte is. Dat is welhaast een beginnersfout. Daarom zal ik het hier vermelden in de hoop dat ik geen auteursrechten schendt. Ik doe het ook met het oog op de huiskamerbijeenkomsten die dit najaar zullen plaatsvinden en “Het lied” tot onderwerp zullen hebben.

De Vlieger

Mijn zoon was gisteren jarig, hij werd acht jaar oud mijn schat
Hij vroeg aan mij een vlieger, en die heeft hij ook gehad
Naar zijn bal, zijn fiets, zijn treinen, nee daar keek hij niet naar om
Want zijn vlieger was hem alles, alleen wist ik niet waarom.

En toen op zekere morgen, zei hij ‘vader ga je mee?’
De wind die is nu gunstig, dus ik neem mijn vlieger mee
In zijn ene hand een vlieger, in de andere een brief
Ik kon hem niet begrijpen, maar toen zei mijn zoontje-lief

Ik heb hier een brief voor mijn moeder
die hoog in de hemel is
Deze brief bind ik vast aan mijn vlieger
Tot zij hem ontvangt, zij die ik mis.

En als zij dan leest hoeveel ik van haar hou
Dat ik niet kan wennen aan die andere vrouw...
Ik heb hier een brief voor mijn moeder
Die hoog in de hemel is.

André Hazes

Een korte toelichting (met de beraadsgroep pastoraat heb ik geen overleg gepleegd)
In de eerste strofe wordt getracht spanning op te bouwen. Jantje, voor het gemak noem ik hem toch maar zo, is bezeten door die vlieger. Daarvoor wijkt alles. Alle andere dingen acht hij drek. Zijn ziel en zaligheid zet hij op dat ene: die vlieger. Zo denkt zijn vader.

Op een dag is het goed vliegerweer. Het doet de vraag rijzen, speelde Jantje tijdens die vele andere weersomstandigheden misschien toch met zijn treintjes en auto’s? Als ik het goed inschat: nee, beslist niet. Dit jongetje moet met een triest gezicht stilletjes voor zich uit hebben zitten staren en zo zorgelijke vragen hebben opgeroepen bij zijn vader en ergernissen bij zijn stiefmoeder. Misschien leed hij wel extra vanwege de twistgesprekken over hem, die hij hoorde, ‘s nachts als hij in het donker lag te staren. Geruzie tussen zijn vader en die andere vrouw, nu in dat zelfde bed. Dat zou Jantje nog triester en zieliger hebben gemaakt.

Maar wat scheelt er toch aan, Jantje?
We zien hem een brief meenemen. En nog snapt zijn vader het niet. Dat begint toch ook opvallend te worden.
Hij, zo lijkt het, begrijpt niet wat er zich allemaal afspeelt in de ziel van Jantje. Die vlieger en die brief wijzen toch een duidelijke richting? Er is niet veel deductief talent nodig om daar achter te komen. Temeer als hij bereid zou zijn in te zien dat het niet geweldig boterde tussen zijn zoontje en de opvolgster van diens moeder. Drukt hij misschien zijn schuldgevoelens weg en blokkeert dat zijn inzicht? Of is hij zo geobsedeerd door die andere vrouw, dat Jantje een beetje verloren dreigt te raken?
Want als je deze drie: gemis, brief, vlieger, optelt komt de hemel in zicht. Toch? Nogal wiedes. Nood leert bidden.
Daarom is dit lied eigenlijk niet meer van deze tijd. Een rapper zou de stiefmoeder eindeloos hekelen, dat kolere wijf, en die vader bekogelen met schimpscheuten. Een duf gezopen proleet. En de hemel? Fuck you.

In het derde couplet onderwijst Jantje dan ook zijn vader.
Hij zoekt, zo blijkt, contact met zijn moeder, die “hoog in de hemel is”. Hij mist haar smartelijk en dat gevoel is extra scherp vanwege die andere vrouw die er nu is in haar plaats.
Hij heeft haar een brief geschreven. De inhoud ligt op straat. “Dat ik zoveel van haar hou” zal in een lange zucht naar boven suizen langs het dunne vliegertouw, hoog in de blauwe lucht. Het zal beslist aankomen en niet onderweg naar beneden fladderen zoals zoveel vliegerberichten. En gebeden. Deze niet. Dit bericht van Jantje wordt opwaarts gedragen op de thermiek van zijn verlangen en wanhopig gemis.
Bij de vader zal het inzicht nu wel zijn doorgebroken. Tenzij hij heel zeker weet dat de hemel niet “daar boven is”. En dat gebed van Jantje een lief maar vruchteloos gebaar is.

Het laatste couplet behoort massaal te worden meegezongen. Als op een EO-jongerendag.

Voor zover ik weet is er in de Arena niet gevliegerd.... of gebeden. Maar misschien zijn er ballonnen opgelaten. Door deze of gene. Ik heb er niet over gehoord. Dus ook niet of er enkele zijn doorgeprikt.
Goede huiskamerbijeenkomsten toegewenst.

Karel Krolis