| Startpagina > |
WOORDENBOEK
Een levende taal als het Nederlands verandert razendsnel, zeker als de samenleving zelf ingrijpend en in hoog tempo verandert: woorden raken in onbruik of krijgen een - soms geheel – andere betekenis dan ze jarenlang hadden. Dat betekent ook dat een woordenboek al snel gedateerd is. Wie onderstaande woorden naslaat in bestaande woordenboeken zal niet veel wijzer worden; daarom hier een hoogst noodzakelijke aanvulling op wat ons voorgeslacht zo nijver verzamelde.
Asielzoeker; persoon die met de grootste achterdocht dient te worden bejegend.
Baas/bazin; zie chef/cheffin.
Belediging; een in het diplomatiek verkeer algemeen aanvaarde omgangsvorm.
Belediging van het nederlandse volk; mateloze zelfoverschatting van een beledigde minister-president.
Chef/cheffin; iemand die leiding gaf toen het woord ‘leidinggevende’ nog niet bestond, zie daar.
Condoom; volgens sommige kardinalen ander woord voor vergiet.
Daadkracht; woord.
Democratie; handelswaar.
Deporteren; zie ‘Verdonk’.
Economische gelukzoeker; topmanager, zie daar.
Emigrant; betiteling van Nederlander die niet ‘economische gelukzoeker’ genoemd wil worden.
Freedom; vrijheid – zie daar – in het kwadraat.
Gereformeerd; wil niet hervormd zijn, zie daar.
Godslastering; zinloos tijdverdrijf, niet over opwinden.
Hervormd; was vroeger gereformeerd, zie daar.
ID; Intelligent Design voor een Identificatie Document; ministers hobby.
Identificatieplicht; onnozele maatregel m.b.t. echte criminelen.
Landsbelang: doorgaans identiek met partijbelang.
Integer; vooral om aan te geven, dat aan iemand een luchtje zit.
Leidinggevende; iemand van wie men ten onrechte verwacht, dat hij/zij leiding geeft.
Make-over; Lukas 11: 26c .
Manager; persoon, meestal mannelijk, die veel onheil aanricht.
Mensenrechten; hinderlijke obstakels voor Bush en en andere zelfbenoemde messiassen.
Ongein; commerciële omroep.
Onthouding; Vaticaanse Haarlemmer olie.
Openbaar vervoer; kind van de rekening.
Openheid; inzicht geven in beleidsbeslissingen van minimaal belang.
Projectontwikkelaar; maakt meer kapot dan drank goed kan maken.
Protestant; letterlijk: getuigend voor; waarvoor thans onbekend.
Referendum; doekje voor het bloeden.
Rooms Katholiek; eufemisme voor ‘de kluts kwijt’.
Stakker; Rob Muntz
Topmanager; roverhoofdman
Transparantie; voor politici identiek aan transpiratie.
Verantwoordelijkheid nemen; te laat; men was al verantwoordelijk.
Uitdaging; blllèèèhhh…mag ik een emmer?
Uitzetcentrum; slechts gebruikt om het woord ‘deportatiecentrum’te vermijden.
Universiteit; ZULO, Zeer Uitgebreid Lager Onderwijs.
Verdonk; zie ‘deporteren’.
Vluchteling; leugenaar tot het tegendeel blijkt.
Vrijheid; begrip met het hoogste aantal dubbele bodems.
Zelfredzaamheid; als een gehandicapte hoogbejaarde in het verzorgingstehuis zelfstandig douchet. .
Zesentwintigduizend: door regeringspartijen veroorzaakte schande over Nederland.
Zorg; woord uit de vorige eeuw waarvan de betekenis inmiddels totaal onbekend is.