Column Johannes Diepersloot

ERGERNIS EN BEWONDERING

Natuurlijk had ik dat niet moeten doen. Zoekend naar argumenten om me vrij te pleiten, kan ik alleen maar zeggen, dat het al de derde keer was en dat het ook nog regende - geen al te sterke smoezen dus. Het was zo'n ergernis, die plotseling omslaat in heftige boosheid, zoals je overkomt als je in een vlaag van zelfkwelling naar Ikea gaat. De opdringerigheid daar, die je alle hoeken en gaten van de rampspoed laat zien, het fluimige 'ge-je en ge-jou' , het niet aanwezige artikel en dan wat de zorgvuldig opgekropte irritaties uit doet breken: 16 kassa's en maar 3 in gebruik - gggrrr!!! Zoiets dus.
Ik was er al niet zo gecharmeerd van om elke zaterdag opnieuw tussen de uitgestrekte armen met foldertjes te moeten laveren om bij de viskraam te komen, maar ach - het went (dacht ik). Tot het die ene zaterdag mis ging. Boodschappen gedaan in de regen, al twee keer vriendelijk de toenaderingspogingen afgewimpeld en toen kwam zij ook nog eens. Ik zeg op neutrale toon: "Nee, dank u", waarop de dame vinnig antwoordt: "Jezus is anders ook voor uw zonden gestorven; pas maar op dat hij straks niet 'nee, dank u' tegen u zegt". Ja, ik had m'n mond moeten houden en door moeten lopen, maar dat deed ik niet. Het went dus helemaal niet; de ergernis was alleen verdrongen. En zo ging het verder:
"Mevrouw, ik vind het ordinair wat u doet".
"O ja? Jezus vindt dat anders niet".
"Mevrouw, het is nog erger; ik vind het heiligschennis".
"Heiligschennis? Hoe bedoelt u dat"?
"Precies zoals ik het zeg: heiligschennis".
"Heiligschennis! Hoe komt u erbij!"
"Mevrouw, u probeert Jezus aan de man te brengen als een stronk bloemkool of een bos wortelen. Dat noem ik heiligschennis. Denkt u daar maar eens over na". "Pff, heiligschennis".
Ik had niet de illusie, dat het iets uit zou halen, want nadenken is veel te bedreigend; dat bleek. Een vriendin die een uur later op de markt kwam kreeg eveneens te horen, dat Jezus enz. enz. Afgelopen zaterdag stond die grote witte bus met opdringerige ayatollahs er niet. Mogen ze wegblijven!

Nu weet ik het zeker. Al maandenlang sluimerde de gedachte, maar nu is die tot volle wasdom gekomen: de volgende keer stem ik CDA. Waarom? Omdat in deze tijden van verloedering juist die partij doet wat nodig is: normen hoog houden. Welke partij benadrukte als eerste de betekenis van het gezin? Juist, dat dacht ik ook. En die partij weet niet van wijken, ook niet nu er tegenwind komt. Sterker: ministers en volksvertegenwoordigers houden de rug recht tegenover wankelende CDA-wethouders, -gemeenteraadsleden en -partijleden, die vinden, dat allerlei zwervers zomaar onder een generaal pardon moeten vallen. Neen, het blanke Nederlandse gezin moet beschermd worden. Jammer dat daarvoor zo hier en daar een asielzoekers gezin uit elkaar gehaald moet worden, maar wat het zwaarst is, moet ook het zwaarst wegen. En bovendien, als ze eerder met z'n allen weggegaan waren, hadden ze nu niet in de problemen gezeten en al helemaal niet als ze rustig in hun land waren gebleven. Wat zullen we nou hebben; we zijn Sinterklaas niet. En het VN-verdrag voor de Rechten van het Kind dan? Ach meneer, met futiliteiten houden we ons niet bezig. Fantastisch vind ik dat: die moed, die onverzettelijkheid om te weigeren het hoge goed van het Nederlandse gezin te verkwanselen. Ik heb daar zo'n bewondering voor, dat ik niet slechts die partij mijn stem ga geven; ik ga ook sparen voor een rollator voor kamerlid Hillen.

Johannes Diepersloot