| Startpagina > |
Toen kregen we het Liedboek. Met een heleboel prachtige liederen, daar zeg ik niets van. Maar toch ook met een aantal liederen waarvan ik denk: wat sta ik hier nou eigenlijk te zingen? Lied 49, bijvoorbeeld: ‘De vogels van de bomen, die lopen door de lucht, als vederlichte dromen, zij wonen in het licht.’ Ik begrijp wel dat het beeldspraak is, maar kan dat niet iets minder gekunsteld? ‘Een zaaier ging uit om te zaaien, hij zaaide zo wijd als de wind.’ Pardon? ‘Zeven is voldoende, brood en vis.’ En ‘Gij hebt met uw brede gebaren de mensen gestrooid uit uw hand.’ Er gaat een wereld van onbegrip voor mij open.
Heel apart is ‘Jezus zal heersen waar de zon gaat om de grote aarde om.’ Ik heb het zelf een paar weken geleden nog enthousiast mee staan zingen, misschien wel voor de honderdste keer in mijn loopbaan als kerkganger. En pas toen schoot mij te binnen dat sinds Gallilei Gallileo verreweg de meeste experts toch van mening zijn dat het de aarde is die om de zon draait in plaats van andersom.
Maar goed, het Liedboek, daar zijn we aan gewend, en je moet natuurlijk ook niet al te kritisch willen zijn. Jeder Konsequenz fűhrt zum Teufel, dat zie ik ook wel in. En zoals gezegd, het Liedboek bevat ook veel mooie liederen.
Maar de liederen uit het Liedboek worden in onze kerk de laatste jaren steeds meer vervangen door rijmsels waar ik helemaal geen touw aan vast kan knopen. Ik heb vooral enorme balen tabak van het oeuvre van Huub Oosterhuis. Vanochtend werd ik uitgenodigd om mee te zingen: ‘Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.’ Dan is voor mij toch wel een grens bereikt. Ik hoef helemaal geen mooi gezicht, zeker niet als het eerst moet worden opgedolven. Of zou het een typfout zijn? ‘Dof mijn gezicht op, maak mij mooi’ ligt heel wat meer voor de hand. Maar dan nog begrijp ik de bedoeling niet. Vooral niet als ik verder moet zingen: ‘Ik heb gezichten, meer dan twee. Ogen die tasten in den blinde. Harten aan angst voor angst ten prooi.’ Ik begrijp er werkelijk helemaal niets van. Kunnen we ons niet gewoon beperken tot ‘Rivieren klappen in de handen’? Dat is ook beeldspraak, maar wel zo duidelijk. De bergen jubelen het uit. En ik ook.
Jan Blom
E-mail: jblom@user.diva.nl
Wageningen, 10 maart 2002